Overweeg je zonnepanelen? Dan zit je waarschijnlijk met enkele vragen, zoals: ‘welke soorten panelen bestaan er? Of: ‘welk type elektriciteitsmeter heb ik nodig’? Hieronder verzamelen we 7 aandachtspunten waar je best op let als je een zonne-installatie wil plaatsen. Zo zie je zeker niets over het hoofd.

1. Is mijn dak geschikt voor zonnepanelen?

Onderstaande factoren bepalen of je dak al dan niet geschikt is voor de installatie van zonnepanelen.

De oriëntatie en vorm van het dak: is mijn dak plat, of heeft het een schuine helling?
Voor een optimaal rendement in België is je dak naar het zuiden gericht. Een dak dat naar het westen of oosten gericht is, biedt een lager rendement. Bij een noordgericht dak is het meestal niet aangeraden om zonnepanelen te plaatsen.

Zowel schuine als platte daken zijn geschikt voor zonnepanelen. Bij een zadeldak (schuine helling) haal je in België een maximale opbrengst uit zonnepanelen die zuidgericht zijn en een hellingshoek van 36° hebben. Zonnepanelen op zuidgerichte daken met een hellingshoek tussen 20° en 60° leveren een opbrengst op die per jaar ongeveer 5% minder bedraagt dan het maximum. Een oost- of westgericht dak met een helling van 30° biedt nog steeds een goed rendement.

Bij een plat dak worden de zonnepanelen best op een frame geplaatst met een helling tussen 15° en 35°.

De dakbedekking: is mijn dak stevig genoeg?
Zonnepanelen worden op een draagstructuur aangelegd. Je dak moet dus voldoende draagvermogen hebben om zowel de zonnepanelen als die draagstructuur te ondersteunen. Bijna elk type dakbedekking (dakpannen, roofing …) is geschikt voor zonnepanelen. Een glazen of rieten dak zijn niet sterk en veilig genoeg. Let zeker ook op asbest en bekijk de huidige staat van je dakbedekking. Als deze aan vervanging toe is, doe je dat best eerst.

De bruikbare oppervlakte: is er voldoende vrije ruimte op mijn dak?
Dakramen of andere obstakels beperken het aantal zonnepanelen dat je kan plaatsen. De meest verkochte zonnepanelen zijn rechthoekig en beslaan een oppervlakte van ongeveer 1,6 m². Om te beantwoorden aan de behoeften van een gemiddeld gezin (zo’n 3.500 kWh/jaar) heb je een oppervlakte van 17,5 tot 23,5 m² aan zonnepanelen nodig. Een plat dak moet minimaal 15 - 20 m² groot zijn, zodat er een systeem met minstens 8 zonnepanelen geïnstalleerd kan worden. Let er dan ook op dat je de zonnepanelen ver genoeg uit elkaar laat plaatsen. Zo vermijd je dat de ene rij zonnepanelen een schaduw over de andere werpt.

Bestaan er ook efficiëntere panelen?
Is je dak beperkt in oppervlakte? Dan zijn hoogrendementspanelen (400 Wp) een oplossing. Ze zijn duurder, maar hebben een rendement van meer dan 18%. De eerste 10 jaar ben je zo goed als zeker van 90% vermogen, hierna daalt dit tot 80%. In vergelijking met zonnepanelen die over minder wattpiek (Wp) beschikken, is er dus amper sprake van vermogensverlies. Hoogrendementspanelen koppel je best aan een omvormer van uitstekende kwaliteit, zodat deze de energie vlot kan omzetten.

Wat met schaduw?
Houd zeker ook rekening met de schaduw van andere gebouwen, bomen, lantaarnpalen, dakvensters, schouwen … Deze verminderen bij sommige installaties de opbrengst. Laat dus zeker een installateur langskomen. Hij gaat dit allemaal voor je na.

De Zonnekaart: is mijn dak bruikbaar of niet?
Wanneer je op Zonnekaart Vlaanderen jouw adres ingeeft, zie je meteen een inschatting van hoe (on)geschikt je dak is voor het plaatsen van zonnepanelen. Er zijn enkele mogelijkheden: ideaal, bruikbaar, en beperkt bruikbaar of niet bruikbaar.

Is een bepaald dakdeel op de Zonnekaart donkergroen gekleurd? Dan kunnen zonnepanelen daar meer energie opleveren dan nodig is voor je gezinsverbruik. Op zulke daken kunnen grotere zonne-installaties geplaatst worden.

Let wel op: de kaart houdt geen rekening met dakvensters, zonnepanelen/zonneboilers die al geïnstalleerd zijn op het dak, en met de draagkracht van het dak.

2. Welke soort zonnepanelen is voor mij het meest geschikt?

Er bestaan twee types zonnepanelen voor je huis: panelen gemaakt van kristallijn silicium en panelen op basis van dunne-film zonnecellen.

Voor de meeste woningen zijn zonnepanelen van kristallijn silicium de beste keuze, omdat ze op een kleinere oppervlakte meer energie opwekken. Dit is dan ook de meest gebruikte technologie.

Onder zonnepanelen van kristallijn silicium vallen twee verschillende soorten: monokristallijne en polykristallijne zonnepanelen. Ze bieden hetzelfde rendement, maar er zijn toch wat verschillen tussen beide.

Monokristallijne zonnepanelen
De cellen in monokristallijn silicium zijn zwart, waardoor het dak er vlakker uitziet. De kristallen van monokristallijne zonnepanelen liggen in dezelfde richting, waardoor ze meer elektriciteit produceren bij direct zonlicht. Deze soort zonnepanelen is dus het best geschikt voor een dak dat naar het zuiden gericht is, en waarvan de oppervlakte beperkt is.

Onder de monokristallijne zonnepanelen vallen ook de hoogrendementspanelen. De meeste hebben een capaciteit van 400 Wp, maar producenten werken volop aan panelen met een hogere capaciteit. Hoogrendementspanelen halen een rendement van meer dan 18% en zijn ook geschikt voor daken met een beperkte oppervlakte.

Polykristallijne zonnepanelen
Zonnecellen in polykristallijn silicium bestaan in verschillende tinten, maar zijn meestal blauw. Ze zijn goedkoper dan de monokristallijne variant en wekken meer stroom op bij diffuus licht door indirecte of zijdelingse instraling. Dit komt omdat de kristallen als waaiers naar buiten zijn gericht. Is je dak naar het oosten of westen gericht? Dan kies je best voor deze soort zonnepanelen.

3. Hoeveel zonnepanelen laat ik best installeren?

Hoeveel zonnepanelen je best plaatst, is afhankelijk van je budget, beschikbare ruimte en verbruik. Je volledige dakoppervlakte volleggen met zonnepanelen om zoveel mogelijk stroom op te wekken, is dus geen goed idee. Hoe groter je zonne-installatie en hoe omvangrijker het vermogen van de omvormer(s), hoe hoger je prosumententarief is. Dit is de vergoeding die alle zonnepaneeleigenaars met een terugdraaiende teller betalen voor het niet-gemeten gedeelte van hun gebruik van het distributienet. Meer weten? Lees dan hier verder.

Een ervaren installateur helpt je bij het berekenen van de optimale hoeveelheid zonnepanelen.

 

Je kan zelf ook al een inschatting maken, door deze stappen te volgen:
 

  • Bekijk op je elektriciteitsfactuur hoeveel je exacte verbruik bedraagt. Kijk ook vooruit: ben je van plan om energiebesparende maatregelen te nemen (bijvoorbeeld extra isolatie)? Plan je een gezinsuitbreiding of de aankoop van een elektrische wagen (EV)? Al deze factoren zullen je verbruik verlagen of verhogen, waardoor je ook meer panelen nodig hebt.
  • Deel je totale energieverbruik door de omrekenfactor (= 0,85). Stel: je verbruikt jaarlijks 3.500 kWh aan stroom. Dan heb je een installatie nodig die 4.117 Wp (wattpiek) levert (= 3.500 / 0,85). Dit komt ongeveer neer op 16 zonnepanelen van 260 Wp ( = 4.117 / 260). Is je dak perfect zuidelijk georiënteerd (zonder schaduwen) en bedraagt de dakhelling 30 graden? Gebruik dan 0,9 als omrekenfactor.

4. Zijn er aanpassingen nodig aan de elektrische bedrading en meterkast?

Wanneer je zonnepanelen installeert, zal de bedrading in je meterkast toenemen. Hoeveel zonnepanelen je maximaal kan aansluiten, hangt af van de wettelijke beperkingen en het vermogen van je omvormer. Wanneer je meer dan 3 zonnepanelen hebt geplaatst, is het belangrijk dat je de omvormer op een aparte groep in je meterkast laat aansluiten. Een omvormer waar te veel stroom doorheen gaat, kan bijvoorbeeld leiden tot overspanning, of stroomuitval.

De omvormer hoeft niet in de meterkast te worden geplaatst. Waar je hem plaatst is afhankelijk van verliezen van kabels, mogelijke ruimtes waar hij geplaatst kan worden of omgevingsfactoren zoals temperatuur en stof. Voor een optimaal resultaat is de afstand van de kabels van de zonnepanelen tot de omvormer niet langer dan 15 tot 20 meter. Zo blijft het kabelverlies ruim onder 1%. De kabel van de omvormer naar de meterkast meet bij voorkeur niet langer dan 20 meter.

Een andere soort omvormer is de micro-omvormer. Ook deze zet gelijkstroom om in wisselstroom die bruikbaar is voor huishoudtoestellen. Elk zonnepaneel krijgt er eentje. Omdat een micro-omvormer enkel het vermogen van één zonnepaneel dekt, is zijn vermogen kleiner. Met dit type omvormer kunnen de zonnepanelen elkaar niet ongunstig beïnvloeden (bijvoorbeeld wanneer er schaduw is). Een micro-omvormer zou dus de opbrengst van je zonnepanelen verhogen. Nog een ander type omvormer, de Power Optimizer, doet hetzelfde als de micro-omvormer, maar is goedkoper

5. Heb ik een stedenbouwkundige vergunning nodig voor het plaatsen van de zonnepanelen?

Wil je zonnepanelen op de grond of aan je gevel installeren? Dan zal je sowieso een stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen. Gelukkig geldt in Vlaanderen een vrijstelling voor het plaatsen van zonnepanelen op een hellend of plat dak, wanneer er aan enkele voorwaarden voldaan wordt:

 

  • De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het dak.
  • Ze worden enkele centimeters boven het bestaande dak gemonteerd.
  • Bij een plat dak mogen de zonnepanelen niet hoger dan 1 meter boven de dakrand uitkomen.
  • De zonnepanelen moeten ongeveer in dezelfde helling liggen als het dak.


Toch informeer je om helemaal zeker te zijn best even bij je gemeente. Soms is er namelijk een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van kracht. Dit betekent dat je de plaatsing van je zonnepanelen minstens 20 dagen voorafgaand aan de werken moet melden. Denk ook aan parkeerplaats voor de installateur en eventueel een hoogtewerker. Ook dit moet je vaak aanvragen.

Wanneer je woning beschermd erfgoed is, is de installatie van zonnepanelen vaak verboden

6. Welk type elektriciteitsmeter heb ik nodig?

Een enkelvoudige meter rekent eenzelfde tarief aan voor al je energieverbruik. Met een tweevoudige meter betaal je minder voor je elektriciteitsverbruik ’s nachts en in het weekend. Je verbruik naar deze daluren verschuiven bespaart je een flinke som.

Kan je voldoende zonnepanelen op je dak plaatsen zodat je piek- én dalverbruik gedekt is? Dan schakel je best over naar een enkelvoudige meter. Waarom? Stel: je geeft overdag 5 kWh stroom terug aan het net omdat je dan minder verbruikt dan je produceert. ’s Avonds of ’s nachts haal je die 5 kWh opnieuw van het net omdat je verbruik hoger ligt. In dit geval zal je met een tweevoudige meter het nachttarief moeten betalen voor die 5 kWh die je verbruikte. Met een enkelvoudige meter zou je een nulverbruik hebben.

Hoeveel kost de omschakeling van een tweevoudige naar enkele meter?
Heb je een tweevoudige meter en wil je een enkelvoudige teller? Dan schakelt de netbeheerder het telwerk ‘stille uren’ uit. Dit kost je ongeveer € 70,07 ecl. btw, ofwel € 84,78 incl. btw. Is jouw meter of elektriciteitskast niet geschikt om de stille uren te deactiveren? Dan moet je deze laten vervangen. Contacteer je netbeheerder voor een vrijblijvende offerte. Vergeet niet dat je de kost van de omschakeling naar een enkelvoudige meter snel hebt terugverdiend, omdat je met dit type meter meer bespaart.

Goed om weten: heb je een tweevoudige meter en wil je overschakelen naar een enkelvoudige meter? Dan doe je dit best zo dicht mogelijk bij het moment van de jaarlijkse meterstandopname (lees hier meer over het doorgeven van de meterstand). Bij een tussentijdse meteropname in de zomer wordt je overschot namelijk herleid naar 0. Wanneer je overschakelt op het moment van de jaarlijkse meteropname, zal het productieoverschot van de zomer je verbruik in de winter nog kunnen compenseren. Meer weten? Lees dan hier verder.

Is je dak toch te klein om in je volledige energieverbruik te voorzien? Kies dan het aantal zonnepanelen in functie van je piekverbruik.

7. Heb ik recht op subsidies?

De overheid keerde tot 2013 verschillende premies en subsidies uit voor zonnepanelen. Inmiddels werd deze financiële steun afgebouwd. Dit omdat de overheid de installatie van zonnepanelen als een zodanig rendabele investering beschouwt dat subsidies niet meer nodig zijn. Hieronder lees je waarom.

Dalende prijs van zonnepanelen
Zonnepanelen installaties zijn de laatste jaren veel voordeliger geworden, waardoor de terugverdientijd zelfs zonder subsidies een flink stuk ingekort is.

Terugdraaiende teller
Is het maximaal wisselstroomvermogen van je zonne-installatie kleiner dan of gelijk aan 10 kW en heb je hem geïnstalleerd voor eind 2020? Dan heb je ook nog het voordeel dat je met een terugdraaiende teller mag werken. Deze compenseert de kWh die je van het net haalt gedeeltelijk via de kWh die je op het net injecteert (verkregen door overproductie). Zo kan een terugdraaiende teller ervoor zorgen dat jouw elektriciteitsfactuur op het einde van het jaar zo goed als nul bedraagt.

Verlaagd btw-tarief
Wanneer je woning ouder is dan 10 jaar, geniet je ook van een gunstiger btw-tarief van 6% op de aankoop van zonnepanelen. Voor nieuwbouwwoningen en woningen jonger dan 10 jaar betaal je 21% btw.

Gunstiger E-peil
Alle Vlaamse nieuwbouwwoningen moeten een minimale hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen halen. De installatie van zonnepanelen is de meest doeltreffende manier om het E-peil te laten zakken. Hierdoor heb je soms recht op bepaalde premies of verminderingen, zoals een verlaagde roerende voorheffing. Meer weten over het E-peil? Lees er hier dan alles over.