Thuis of op je werk laad je je elektrische auto het voordeligst op, maar soms kan je niet anders dan ook onderweg eens te ‘tanken’. Wanneer je onverhoopt zonder energie komt te zitten of wanneer je op reis gaat met je elektrische wagen bijvoorbeeld. Maar wat kost het om je elektrische wagen buitenshuis op te laden en waar kan het?

Wat kost het laden bij een publieke laadpaal?

Wanneer je een publieke of openbare laadpaal gebruikt, heb je een laadpas nodig. Je betaalt dan het tarief dat daar staat aangegeven, en de kosten die de laadpasleverancier aanrekent. Een publieke laadpaal is sowieso duurder, aangezien je ook betaalt voor het gebruik en onderhoud van de infrastructuur. Laadkosten kunnen verschillen per laadpunt en per locatie. Er is ook een verschil tussen gewone en snelle laadpalen. Voor die laatste moet je minder laadtijd uitrekenen, maar dat vertaalt zich uiteraard ook in een hogere kostprijs.

 

De VAB nam de proef op de som en vergeleek verschillende laadpunten met elkaar. Ze deden dat met de Nissan Leaf, die 18 kWh nodig heeft voor 100 kilometer. Aan een gewone publieke laadpaal van 16A betaalden zij 6,3 euro voor 18 kWh, tegenover 11,7 euro voor 18 kWh bij een snelle publieke laadpaal. Dat komt neer op 0,35 euro per kWh voor een gewone laadpaal en 0,65 euro voor een snelle laadpaal.

Wat is het verschil tussen snel en traag laden?

Een snelle laadpaal heeft een hoger vermogen en kan je elektrische wagen dus sneller opladen. In theorie zou het met een gewone laadpaal zo’n anderhalf uur mogen duren om je wagen elektrisch op te laden, terwijl een snelle laadpaal er slechts 25 minuten over doet. Het onderzoek van de VAB wees echter ook uit dat niet alle snelle laadpalen hun beloofde laadtijd kunnen waarmaken.

 

Een snelle paal is bovendien ook veel duurder dan een gewone. Je betaalt zowat het dubbele, waardoor je bijna evenveel betaalt als wanneer je brandstof zou tanken. Een snelle laadpaal is meestal dus niet de moeite en zie je beter als een noodoplossing.

Waar kan je publiek laden?

Het aantal laadpalen neemt toe, maar blijft nog veel te laag. Sinds 2019 vind je in België meer dan 10.000 laadpalen. Om te vergelijken met Nederland (koploper in de EU): dat land telde in juni 2018 al 122.000 laadpunten. Al moet je natuurlijk wel rekening houden met het feit dat Nederland een groter land is en het aantal elektrische wagens er veel hoger ligt. Eind 2020 waren er in België zo’n 24.000 elektrische wagens, en in Nederland 260.000. Bovendien heeft de overheid aangegeven om werk te maken van een groter aantal laadpalen. Benieuwd waar er in jouw buurt een publieke laadpaal staat? Op deze kaart vind je alle locaties.

 

Bovendien heb je ook een laadpas nodig om via een publieke laadpaal je auto te kunnen opladen. Soms is er een samenwerking tussen bepaalde laadpunten en een bepaalde laadpas. Dan kan je met die laadpas dus enkel ‘tanken’ bij laadpunten die die pas accepteren. Als je met de auto op reis gaat in Europa kom je dus wel eens in de problemen, want dan heb je verschillende laadpassen nodig. Dat kan je nog het best vergelijken met hoe telecom een tiental jaar geleden werkte. Toen had je in andere landen bijvoorbeeld een aparte simkaart voor je gsm nodig. Nu is dat niet meer het geval.

 

Nog een nadeel aan publiek laden is dat kaarten, websites of apps vaak wel de locatie van de paal aangeven, maar niet of er al iemand die laadpaal gebruikt of dat hij niet werkt wegens onderhoud. Het is dus slim om in zulke gevallen altijd een plan B klaar te hebben.

 

Een laadpaal bij je thuis laten installeren blijft dus een goed idee. In dit artikel lees je hoeveel dat kost en waar je op moet letten. Wie vanaf 11 maart 2021 een bouwaanvraag indient voor een nieuwbouwproject of een grondige renovatie, moet sowieso de voorbereidingen treffen voor de installatie van laadpunten. Vanaf 2025 breidt die verplichting uit naar bestaande gebouwen. Vanaf dan moet elk niet-residentieel gebouw met meer dan twintig parkeerplaatsen minstens twee oplaadpunten hebben. Dit moet ervoor zorgen dat elektrisch rijden op termijn niet te maken krijgt met een infrastructuurprobleem.