Denk jij bij de term e-mobility ook vooral aan elektrische wagens? Logisch, maar niet helemaal correct. E-mobility (of e-mobiliteit) is veel meer dan dat: het is een verzamelterm voor alle vervoersmiddelen die elektrisch aangedreven worden. Denk bijvoorbeeld ook aan de elektrische fiets of scooter, en zelfs aan een elektrische bus of een e-jacht. Of wat dacht je van de e-steps waarover je afgelopen zomer herhaaldelijk struikelde in grote steden als Brussel en Antwerpen? E-mobility is duidelijk aan een forse opmars bezig. In dit artikel lees je hoe dat komt, welke vervoersmiddelen nu al elektrisch zijn, en welke voordelen elektrisch rijden met zich meebrengt.

E-mobility: wereldwijd in opmars

Grote merken als Ford experimenteerden in de twintigste eeuw al met elektrische wagens, maar een doorbraak bleef lang uit. Pas toen Tesla in 2008 met de eerste volwaardige concurrent voor de auto met brandstofmotor kwam, kwam elektrisch rijden in een stroomversnelling. Ook merken als Nissan, BMW en Toyota kregen interesse in hybride en elektrisch aangedreven wagens, en zo ging de bal stilaan aan het rollen.

In België zien we vooral de laatste drie jaar een sterke stijging wat betreft elektrische wagens. Op twee jaar tijd is het aantal milieuvriendelijke wagens zelfs verdubbeld in België (in 2017 reden er 29.942 milieuvriendelijke wagens rond, terwijl dit er in 2019 al 58.913 waren). Het totale marktaandeel blijft wel klein. Dat is niet het geval bij elektrische fietsen. Anno 2019 zien we dat de helft van het aantal verkochte fietsen intussen al elektrisch aangedreven is. Vooral de speed pedelec of e-bike (een snelle fiets die tot wel 45 km/u haalt) is in opmars. In 2019 werden er maar liefst 12.132 ingeschreven, terwijl dat er de vorige twee jaar respectievelijk 4591 en 8520 waren.

© Cijfers afkomstig van milieuvriendelijkevoertuigen.be

Volgens cijfers van Bebat zouden er in 2025 al 92.000 elektrische wagens op de Belgische wegen rijden (goed voor 18,4% van nieuwe wagens). In 2030 kunnen dat er al gemakkelijk 154.000 zijn (goed voor 30% van alle nieuwe wagens).

Welke vervoersmiddelen zijn nu al elektrisch?

1) Elektrische wagens

Elektrisch rijden kan op verschillende manieren en de ene elektrische wagen is de andere niet. De verschillende vormen van elektrisch rijden laten zich als volgt onderscheiden:

 

  • Hybride: een hybride auto beschikt over een accu, een elektrische (start)motor en een benzinemotor. De elektrische motor is ondergeschikt aan de benzinemotor, en hoeft daardoor niet aan een laadpaal worden opgeladen. Opladen gebeurt gewoon tijdens het rijden.
  • Plug-in hybride: ook de plug-in hybride beschikt over een elektrische motor en een benzinemotor. Omgekeerd dan bij de gewone hybride is bij de plug-in hybride de benzinemotor ondergeschikt aan de elektrische motor. De wagen kan dan ook worden opgeladen via een laadpaal. Raakt de stroom tijdens het rijden toch op, dan rijd je gewoon verder op de brandstofmotor. Zo zijn ook langere afstanden geen probleem voor de plug-in hybride.
  • Elektrische auto met range extender: deze rijdt volledig op stroom, maar beschikt ook over een kleine brandstofmotor die de accu oplaadt wanneer die leeg dreigt te raken. Zo zijn langere afstanden geen probleem, en kun je toch elektrisch blijven rijden.
  • Volledig elektrische auto: de meest milieuvriendelijke van de vier. Deze wagen heeft enkel een elektrische motor, en gebruikt dus geen brandstof. Wanneer de accu leeg is, moet die opgeladen worden via een laadpaal. Voor de meeste langere ritten is een elektrische auto dus niet de meest ideale optie, maar voor woon-werkverkeer is hij ideaal.

 

Het aantal milieuvriendelijke wagens stijgt nog elk jaar, al blijft het marktaandeel relatief. In 2019 werden 6575 nieuwe elektrische wagens met een batterij ingeschreven in Vlaanderen, wat bijna een verdriedubbeling is van het jaar daarvoor. Als je daar de wagens op waterstof en aardgas, en ook de plug-in hybrides bij telt, kom je op een totaal van bijna 16.000 nieuwe milieuvriendelijke wagens in Vlaanderen. Dat is goed voor een marktaandeel van 4,75%. Dat brengt het totaal op 58.913 milieuvriendelijke wagens in Vlaanderen, wat overeenkomt met een marktaandeel van 1,65%.

 

2) Elektrische fietsen


Ook de elektrische fiets laat zich niet in één categorie wegsteken. Dit zijn de drie verschillende soorten:

 

  • Fiets met elektrische hulpmotor: deze geeft enkel ondersteuning tijdens het trappen, en de motor valt uit als je meer dan 25 km/u haalt. Wil je toch sneller? Dan zal dat op eigen kracht moeten. Het is de meest gebruikte elektrische fiets en hij valt volledig onder de fietswetgeving.
  • De gemotoriseerde fiets: deze geeft ondersteuning tijdens het trappen, maar de motor kan ook ingezet worden zonder meetrappen. De gemotoriseerde fiets valt ook onder de fietswetgeving, maar hij is enkel toegelaten vanaf zestien jaar en er is een Certificaat van Overeenstemming (COC) nodig, dat waarborgt dat de fiets beantwoordt aan de Europese technische voorschriften. Dat formulier moet je bewaren, al hoef je het niet op zak te hebben wanneer je aan het fietsen bent.
  • De speed pedelec of e-bike: bij de e-bike stopt de trapondersteuning niet bij 25 km/u. Door zelf mee trappen kun je snelheden tot 45 km/u halen, waardoor de speed pedelec onder de wetgeving van de bromfietsen valt. Je moet er een bromfiets- of autorijbewijs hebben, alsook een COC. Een kleine nummerplaat is verplicht, en je moet een (brom)fietshelm dragen tijdens het fietsen.

 

Je kiest het best een zo licht mogelijke elektrische fiets, met een lage opstap. Ook goed om weten: een model met aandrijving op het achterwiel geeft je meer stabiliteit. Waar het marktaandeel van de elektrische wagen relatief klein blijft, is dat bij de elektrische fiets net omgekeerd. Jaarlijks worden er zo’n 470.000 fietsen verkocht in België, waarvan de helft elektrisch ondersteund is.

 

3) Elektrische motoren en scooters

 

De elektrische scooter (of e-scooter) is een prima alternatief voor de benzinescooter en wordt aangedreven door een elektrische motor. Afhankelijk van het type mag hij in België 25 km/u (snorscooter) of 45 km/u (bromscooter) rijden. De elektrische scooter is stiller dan de benzinevariant en stoot geen uitlaatgassen uit.


Er gingen in 2019 zo’n 3463 elektrische brom- en motorfietsen over de toonbank, meer dan het dubbele dan het jaar daarvoor. Nu ook Harley-Davidson zijn eerste elektrische motorfiets op de markt brengt, wordt verwacht dat die aantallen nog meer de hoogte zullen inschieten.

En de technologie staat niet stil. Zo zijn er nu ook al elektrische trucks, bussen, steps, vliegtuigen en kun je ook varen met een elektrisch jacht. Meer lezen over de trends en innovaties binnen e-mobility? Dat kan in dit artikel.

E-mobility: de voordelen op een rijtje

Elektrisch rijden is goedkoper (maar de aanschafprijs ligt een pak hoger)
Dat elektrische wagens en fietsen een hogere aankoopprijs hebben, is een feit. De energieprijs ligt echter wel een pak lager dan de dieselprijs. Pechverhelpingsdienst VAB stuurde de Nissan Leaf (uit het aantal premie-aanvragen blijkt dat dat de populairste elektrische wagen is in ons land) op testrit. Tijdens een testrit van honderd kilometer verbruikte hij 18 kWh. Wanneer je ervan uitgaat dat de eigenaar jaarlijks vijftienduizend kilometer aflegt, kom je op een jaarverbruik van 2700 kWh. Aan de goedkoopste energietarieven (d.w.z. enkel ‘s nachts en tijdens het weekend) betaal je daarvoor zo’n 449 euro. Wanneer je dat vergelijkt met de brandstofkosten van een traditionele auto met een verbruik van 5 liter per 100 kilometer aan een dieselprijs van 1,41 euro per 100 kilometer (totaal: 1058 euro), dan bespaar je jaarlijks maar liefst 609 euro.

Hoe haalbaar het is om je accu enkel tijdens de daluren op te laden is echter nog maar de vraag. En de energieprijs mag dan wel lager liggen dan de dieselprijs, je zult al lang met je elektrische wagen moeten rondrijden alvorens die lagere verbruikskosten de hoge aankoopprijs compenseren. Vanuit milieuoverwegingen is de overstap naar elektrisch rijden wél snel gemaakt, en de overheid probeert die dan ook zoveel mogelijk te faciliteren door onder andere subsidies.

Ook de elektrische fiets heeft een hogere aankoopprijs, maar wanneer je uitgaat van een dagelijkse woon-werkafstand van 40 km (goed voor 695 Wh), en je weet dat 1 kWh zo’n 0,23 euro kost, betekent dit dat je dagelijks slechts 0,16 cent kwijt bent. Jaarlijks komt dit op nog geen 42 euro.

Ook de verschillende deelopties in grote steden zijn interessant voor je portemonnee. Op die manier hoef je geen eigen elektrische fiets, step of wagen aan te schaffen, en kun je toch genieten van de voordelen van elektrisch rijden. Een abonnement op pakweg een deelstep is bovendien heel wat goedkoper dan een bus- of tramabonnement, en even geschikt voor korte afstanden in de stad.

Elektrisch rijden is beter voor het milieu
Hier hoeven we geen doekjes om te winden: verschillende studies tonen aan hoezeer het milieu gebaat is bij elektrisch rijden. De transportsector alleen al is verantwoordelijk voor 22,5% van de CO2-uitstoot in België. Het is ook een van de sectoren waarin CO2-uitstoot drastisch gestegen is sinds 1990 (+ 23,6%). De sector neemt 22% van het finale energieverbruik in België voor zijn rekening. Dat kan dus beter. In ons land stoten elektrische wagens per kilometer 3 tot 4 keer minder CO2 uit dan een klassieke wagen.